Sensorische informatieverwerking / Prikkelverwerking

Sensorische informatieverwerking
Sensorische integratie
Prikkelverwerking

We hebben verschillende zintuigen waarmee we allerlei dingen waarnemen. We kunnen de wereld zien, horen wat er rondom ons gebeurd, voelen wat we aanraken, geuren ruiken, beweging voelen, …
Al deze prikkels worden opgenomen met onze zintuigen, via zenuwbanen worden een aantal verder geleid en in de hersenen verwerkt. Zo kan je oog, als het fysiek in orde is, het signaal doorgeven via zenuwbanen naar je hersenen. Als het onderweg niet weggefilterd wordt, gaan onze hersenen daarmee aan de slag. Zo wordt een beeld gevormd en zien we dingen. Deze informatie wordt meestal ook nog gekoppeld aan andere zintuiglijke informatie zodat we gepast kunnen reageren. Om gepast te reageren gebruiken we onze reeds verworven motorische, emotionele en sociale vaardigheden.
Normaal verloopt dit hele proces supersnel zodat we er niets van merken.
Als we onze reactie kunnen aanpassen in nieuwe situaties, overwinnen we de uitdaging en leren iets nieuws. Het helpt ook onze hersenen om zich verder te ontwikkelen en organiseren. Een kind dat leert om zijn spel te organiseren zal later zijn schoolwerk gemakkelijker kunnen maken en wordt een meer en meer geordend persoon.
Als we problemen hebben om onze reacties aan te passen kunnen we ook moeilijker nieuwe dingen leren en uitdagingen aangaan. We moeten dan meer energie steken in acties om ons veilig te voelen en in leven te blijven.

Maar wat als het niet zo vlot loopt?
Dan lopen er snel een hele hoop dingen mis…
Door observaties en genormeerde vragenlijsten en/of tests kunnen we nagaan in welke zintuiglijke systemen een kind problemen heeft met de sensorische informatieverwerking/ integratie ook wel eens prikkelverwerking genoemd. Zo kunnen we met de oorzaak aan de slag en vermijden we ook het aanleren van splintervaardigheden.

Sensorische Informatieverwerking en hoogsensitiviteit, ADHD of ASS (autisme)
Kinderen/volwassenen die hoogsensitief zijn, de diagnose AD(H)D of autisme spectrumstoornis kunnen daarnaast een stoornis hebben in de sensorische informatieverwerking. Een onderzoek naar de sensorische informatieverwerking in de verschillende zintuiglijke systemen kan dan zinvol zijn.
Als u of uw kind met meerdere dingen in onderstaande lijst last heeft, kan sensorische integratietherapie zinvol zijn.

Het is nooit te laat om hulp te zoeken, ook met oudere kinderen en volwassenen werden reeds goede resultaten geboekt, vaak in combinatie met andere therapievormen

Problemen met Sensorische informatieverwerking
A. Algemeen
Reageert de persoon:
• negatief op aanraking,
• zeer gevoelig tijdens haren kammen of gezicht wassen,
• angstig bij bewegen, draaien of vallen,
• met misselijkheid bij het autorijden,
• met vermijdingsgedrag bij een activiteit waar evenwicht belangrijk is?
Heeft u het idee dat de persoon:
• onhandig is, vooral bij nieuwe activiteiten,
• zich veel stoot en vaak valt,
• altijd in beweging is,
• slordig is, soms ongewild,
• zijn kracht niet goed kan gebruiken, soms teveel of soms te weinig,
• alles wat snel gaat beter kan dan activiteiten met minder beweging bv. wel goed kan lopen en springen maar niet goed op 1 been kan staan,
• angstig wordt als zijn voeten de grond niet meer raken,
• een hekel heeft aan activiteiten met snel draaien (cfr. draaimolen)
• beter aanrakingen met stevige druk dan zachte aanrakingen (bv. strelen) kan verdragen,
• grote’ risico’s neemt bij spelletjes, van niets bang is,

B. Voor baby’s en peuters:
• Problemen met eten en slapen
• Weigert bij iemand anders dan hun moeder te gaan als het over hun comfort gaat
• Geïrriteerd bij het aan- en uitkleden; oncomfortabel in kleren
• Speelt zelden met speelgoed
• Weigert knuffelen, loopt weg als het gepakt wordt
• Kan zichzelf niet kalmeren
• Slap of stijf lichaam, motorisch tragere ontwikkeling

C. Voor kinderen:
Heeft het kind moeite met:
• springen en huppelen, terwijl er motorisch niets mis lijkt
• balans, coördinatie en ritme (bijv. altijd struikelen)
• fijn motorische activiteiten, bijv. tekenen, schrijven
• zich concentreren
• afmaken van werkjes
• opdrachten begrijpen
• met puzzelen en figuren maken, meer dan leeftijdsgenootjes?
Ziet u dat het kind:
• moeite heeft met het maken van vriendjes,
• teruggetrokken is of juist altijd de clown uithangt,
• jonger gedrag vertoont,
• soms buitengewoon boos wordt als iets niet lukt,
• altijd lange mouwen wil dragen, ook als het warm is,
• kleren met bepaalde stoffen niet wil dragen
• last heeft van faalangst?
Sensorische integratieproblemen kunnen ook oorzaak zijn van:
• heel actief zijn van uw kind
• niet stil kunnen zitten
• onzorgvuldig en impulsief zijn,
• agressief gedrag tijdens spelletjes
• slordig eten
• vaak morsen
• moeite hebben met kauwen
• niet graag eten van grote brokken
• teveel eten tegelijk in de mond stoppen
• vaak dingen verliezen
• gemakkelijk verdwalen
• overschakelen van activiteit
• snel afgeleid zijn
• zich maar kort kunnen concentreren
• een onregelmatig slaappatroon hebben
• moeite met in slaap vallen
• snel gefrustreerd zijn
• last van woedeaanvallen hebben
• meer bescherming nodig hebben dan andere kinderen

D. Voor adolescenten en volwassenen
• overgevoelig voor aanraking, lawaai, geuren, andere mensen
• weinig zelfvertrouwen, bang om te falen bij nieuwe taken
• lethargisch en traag
• steeds met iets bezig, impulsief, snel afleidbaar
• maakt taken niet af
• onhandig, traag, zwakke motorische vaardigheden of handschrift
• gefocust blijven is moeilijk
• aandacht bij werk houden en gefocust zijn in meetings is moeilijk
• ongemotiveerd
• lijkt nooit plezier te hebben in het leven

Therapie
Bij aanvang van de therapie wordt in kaart gebracht welke zintuiglijke prikkels gepast verwerkt worden en welke voor problemen zorgen. Dit gebeurt aan de hand van vragen (bij kinderen aan de ouders), observaties en evtl. tests. Daarna kan de eigenlijke therapie en het geven van informatie gestart worden.
We leren beter indien we iets graag doen, als leuk ervaren. Dit geldt zowel voor kinderen als volwassenen. Voor een kind is deze therapievorm spelen, voor een volwassene of de ouder van een kind mag het dit ook zijn maar is het eerder een ontdekkingsreis en inzichten opdoen.

Ontwikkeling van de achterliggende theorie
Het startte allemaal met sensorische integratie volgens Jean Ayres (1920 – 1988). Ze is de grondlegster van de theorie. Zij was psychologe en ergotherapeute. Dertig jaar van haar leven is ze bezig geweest om deze theorie uit te werken. Ze heeft aan de hand van literatuur over neurobiologie, gedrags- en ontwikkelingsonderzoek en haar eigen intuïtie veel nieuwe ideeën ontwikkeld. Haar doel was om een relatie te leggen tussen gedrag, zoals de schoolse vaardigheden, en de neuronale processen in het centraal zenuwstelsel. Voor Jean Ayres waren de drie basiszintuigen (proprioceptie, evenwicht en tast) basis voor het uiteindelijk uitvoeren van complexe activiteiten.
Haar theorie wordt nog steeds verder uitgebreid en aangepast aan de hand van wetenschappelijke ontwikkelingen en nieuwe ervaringen.

Zo zijn er de laatste jaren ontwikkelingen waarbij men meer de nadruk legt op de ‘sensorische informatieverwerking’, in het Engels wordt dan over ‘Sensory Processing gesproken en bij problemen over SPD (Sensory Processing Disorder).

Zoals Jean Ayres haar intuïtie gebruikte voor het ontwikkelen van deze theorie, zie ik ook nog mogelijkheden om dit zintuig in de theorie te verwerken.
Een collega, Inge Bolckmans, en ik doen dit alvast in onze inspiratie-avonden voor ouders ‘Sensorische informatieverwerking 2.0’