Motoriek: Cognitief therapeutische oefeningen

Cognitief therapeutische oefeningen volgens Prof. Carlo Perfetti

Voor wie dit niet kent is de titel wat misleidend.
Het gaat hier over de samenhang tussen waarneming (sensoriek), beweging (motoriek) en mentale processen (cognitie) zoals:

  • de tastzin en proprioceptie (sensorisch), die een belangrijke rol spelen bij de organisatie van bewegingen.
    Het centraal zenuwstelsel heeft informatie van het lichaam nodig om bewegingen te kunnen plannen en uitvoeren
  • het wekken van de aandacht voor prikkelverwerking en de invloed op bewegen
  • motivatie om iets te bereiken
  • concentratie en geheugen

Doel is om de organisatie of reorganisatie van het zenuwstelsel te beïnvloeden, de interactie tussen de mens (patiënt) en zijn omgeving te verbeteren.

Tijdens de therapie wordt gekeken naar waar er bewegingsmogelijkheden zijn, al dan niet met begeleiding van de therapeut. De tastzin en proprioceptie (houdings- en bewegingszin, dieptewaarneming) worden sterk gestimuleerd omdat ze bij de organisatie van bewegingen een belangrijke rol spelen. Er wordt dan ook vaak met gesloten ogen gewerkt.
Aan de basis van dit concept ligt Professor Carl Perfetti, een Italiaanse neuropsychiater. Hij gaat ervan uit dat revalidatie een leerproces is onder pathologische omstandigheden. De verloren gegane bewegingsmogelijkheden zullen pas dan tot tevredenheid leiden als ze in samenhang met cognitieve processen gezien worden.
Voor hem is het ook belangrijk dat patiënt en therapeut als gelijkwaardige partners worden gezien.
Dit concept wordt nog steeds verder bijgestuurd o.a. door wetenschappelijke ontwikkelingen en ervaringen.

Het wordt ook in vele landen ingezet bij de revalidatie van

  • neurologische problemen: herseninfarct (CVA), Parkinson, Multiple Sclerose, hersentumor, …
  • perifeer zenuwletsel
  • bewegings- en waarnemingsproblemen na een breuk, ontsteking, kwetsuur

Voor mij, als ergotherapeute, is het belangrijk dat de patiënt de geleerde bewegingen kan inzetten in dagelijkse handelingen zoals bij het eten, drinken, iets opnemen, … Dit kan geïntegreerd worden als er voldoende bewegingsmogelijkheden zijn.
Er moeten dus vaak eerst deelbewegingen geoefend worden die dan ingezet kunnen worden bij bv. het eten, aan- en uitkleden, voorwerpen opnemen en los laten, tuinieren, boodschappen doen, …